
|

|
|
Supervisie
Supervisie is begeleid leren door reflectie op eigen werkervaringen. Daarbij is er aandacht voor de wijze van (methodisch) handelen, de belevingen, intenties, drijfveren, waarden, opvattingen en het referentiekader van de supervisant(e). Het doel van supervisie is dat de supervisant(e) leert zelfstandig(er) de eigen functie uit te oefenen. Door de nadruk op het leren van ervaringen en het eigen handelen in beroepssituaties, gaat het in supervisie om méér dan alleen kennisoverdracht. De supervisant(e) geeft grotendeels zelf de richting en het tempo van het ontwikkelingsproces aan. De supervisant(e) bepaalt zelf in de loop van de reeks gesprekken welke actuele ervaringen uit de eigen beroepsbeoefening daarbij voor hem/haar op dat moment van belang zijn. Deze worden met de supervisor bewerkt. Hierdoor ontwikkelt de supervisant(e) een beter inzicht in zijn/haar functioneren. Telkens is aan de orde de samenhang tussen denken, voelen en handelen van de supervisant(e) en de vraag hoe de supervisant(e) als persoon zijn of haar beroep uitoefent binnen de concrete context van de zorginstelling.
Een organisatie kan supervisie inzetten in het kader van een opleidingstraject, voor deskundigheidsbevordering of bij het inwerken in en het vervullen van nieuwe functies. Supervisie is verder zinvol als 'opfrissing', bij (dreigende) burn-out en terugkeer na langdurige ziekte of bij centraal ingezette innovaties.
Een supervisietraject bestaat uit 15 bijeenkomsten, kan individueel worden gegeven of met twee- en drietallen.
De supervisie wordt gegeven door een geregistreerd supervisor.
|
 |
 |
|
|