Reliëf Blogs

Ethiek in de praktijk: teennagels knippen

De casus
Mevrouw Doornman (74) heeft Alzheimer. Ze woont in een woon-zorgcentrum met een loopcircuit. Hier loopt ze een groot deel van de dag neuriënd door de gangen en maakt dan graag contact met de zorgprofessionals. Mevrouw is alleenstaand en heeft altijd gewerkt als gymdocente. Haar netwerk is klein, maar met haar jongere broer heeft ze een hechte band. Hij komt een paar keer per week langs. Samen maken ze dan wandelingen door de tuin en genieten buiten van beweging, weer of
geen weer. Iedere zes weken krijgt mevrouw een behandeling van de pedicure; haar teennagels moeten regelmatig worden geknipt. Het knippen van de teennagels doet mevrouw zeer, ze heeft er dan ook een grote hekel aan. Mevrouw Doornman is nog behoorlijk krachtig en verzet zich heftig. Om de behandeling uit te kunnen voeren wordt ze zwaar gesedeerd. De sedatie werkt echter maar kort, waardoor er twee zorgprofessionals nodig zijn om haar in bedwang te houden. Is dit goede zorg? Kan dit niet anders?

Stress en pijn
Deze ervaring is door de zorgprofessionals uitgebreid besproken in het team. ‘We hebben er last van!’ Er is van alles geprobeerd: de sedatie is aangepast, de frequentie van het knippen is aangepast, er is muziek aangezet, er is een verzwaringsdeken gebruikt; het mag allemaal niet baten. Het team besluit nog een keer bij elkaar te komen om de situatie te bespreken. Het voelt onmenselijk om mevrouw Doornman dit aan te doen. Het geeft niet alleen stress en pijn bij haar, maar zeker ook bij de professionals die voor haar zorgen. In hun werk is de ‘eigen regie’ van bewoners een centrale waarde. Deze
sedatie voelt tegennatuurlijk. Daarbij heeft één van de zorgprofessionals er echt last van dat ze deze volwassen, innemende vrouw, fysiek in bedwang moet houden, terwijl ze weet dat mevrouw Doornman daardoor na de behandeling een aantal uur woest is op alles en iedereen. Aan de andere kant heeft mevrouw Doornman al een aantal keer aangegeven dat zij pijn heeft, als haar nagels niet worden geknipt. De lange nagels belemmeren haar bij het lopen. Dit heeft haar broer ook al opgemerkt. Daarbij zal het niet knippen van haar nagels uiteindelijk leiden tot complicaties, met het risico dat mevrouw helemaal niet meer zal kunnen lopen.

Plezier versus eigen regie
Het team brengt de verschillende betrokkenen in kaart. In dit geval gaat het om mevrouw Doornman zelf, haar jongere broer, de pedicure en uiteraard het team van zorgprofessionals. Ze ontdekken al snel dat ‘compassie’ en ‘betrokkenheid’ belangrijke waarden zijn in deze situatie. Alle betrokkenen hebben grote compassie voor mw. Doornman. Ze willen het allerliefste dat zij ‘neuriënd en wandelend door haar leven kan’. Dit heeft ze immers altijd gedaan. Eén van de zorgprofessionals merkt scherp op: ‘Hier zit ook onze grote moeite, als we geen compassie met haar hadden, zouden we helemaal geen last hebben van de situatie.’ Het team ziet echter bij mevrouw Doornman twee botsende waarden ontstaan. Haar plezier en levensgeluk in het wandelen samen met haar broer, staan haaks op haar eigen regie die ze haar ontnemen tijdens de behandeling van de pedicure. Dat is nogal wat. Is dat het waard, om haar regie te ontnemen, om tegemoet te komen aan haar plezier? Al pratende ontdekken de teamleden dat alles wat ze doen, uit liefde en betrokkenheid is voor mevrouw Doornman en haar
broer. Er lijkt een gevoel van opluchting door het team te gaan.

Verrast
Eigenlijk is het hele zorgteam verrast door de uitkomst van dit moreel beraad. Ze hebben het niet langer over ‘zwaar sederen’, in het vervolg zullen ze mevrouw Doornman ‘vanuit compassie sederen’. Omdat ze weten dat ze hiermee uiteindelijk tegemoet komen aan haar plezier en levensgeluk met haar broer. Hopelijk kunnen mevrouw Doornman en haar broer nog vaak wandelen, wat het leven voor hen samen zo veel kleur geeft. Is hiermee alles opgelost? Nee, het blijft naar dat het team deze drastische maatregel van sederen moet nemen. Maar de worsteling bij hen is wel een stuk milder. Vanuit een groot gevoel van compassie besluiten ze eenmaal in de zes weken de regie van mevrouw over te nemen, zodat ze daarmee op veel belangrijkere momenten haar plezier en levensgeluk kunnen waarborgen. De situatie in de praktijk lijkt nauwelijks veranderd, toch gaat het team uiteen met veel minder stress. Een zorgvuldig afgewogen beslissing, vanuit compassie, wat een opluchting.

Fem Pluimers is trainer ethiek en zingeving bij Reliëf.
Ze heeft als geestelijk verzorger en creatief therapeut ervaring in de ouderenzorg, het hospice en het ziekenhuis. Ze verzorgt trainingen op het gebied van moreel beraad en zingeving.
Meer weten?
fpluimers@relief.nl

Een gedachte…

Deze zomer zit ik voor mijn tentje, met een prachtig uitzicht op het berglandschap. De zon heeft weer grootse plannen voor de dag. De glinstering van de zonnestralen op het water is als een lichtshow. De contouren van de bergen adembenemend. Zo zit ik temidden van deze vingerafdruk van Gods grootheid.

Nu.nl

En natuurlijk is er in de vakantietijd tijd om te lezen. De Denker des Vaderland, Paul van Tongeren is met me mee op reis. (Het wonder van betekenis, op zoek naar geluk en wijsheid). Ik lees een verslag van een cursus die Van Tongeren gaf over ‘geluk’ bij Aristoteles. Hij bespreekt de vraag hoe je vorm wilt geven aan je leven. “Dat zit niet alleen in grote beslissingen en koersbepalende keuzes in je leven, zoals de keuze voor een opleiding of beroep, maar ook heel kleine dingen dragen daaraan bij.” En ik lees met herkenning: “Neem bijvoorbeeld zo’n ongemerkt binnensluipende neiging die ik bij mezelf bespeur om heel vaak even op nu.nl te kijken of er nog iets gebeurd is. Ik probeer de laatste tijd daarop te letten en me ertegen te verzetten. Vanuit Aristoteles’ idee van de deugd als een midden, kun je zo’n oppervlakkige nieuwsgierigheid zien als een extreem: altijd maar iets nieuws willen weten, enkel om de kortstondige kick van het nieuwe. Daartegenover zou je het andere extreem kunnen stellen: de totale onverschilligheid, dus nooit ergens in geïnteresseerd zijn. De deugdethiek zoekt altijd het juiste midden tussen twee extremen. Op die manier denkend zou je in dit geval kunnen streven naar een gezonde, aandachtige interesse, in de juiste mate, op het juiste moment.

Ontvankelijk zijn

Er is trouwens nog een veel belangrijkere reden om niet elk moment waarop je heel even niks doet, direct op te vullen met nieuwe input van je telefoon. Even niks doen, is volgens mij enorm belangrijk om een beetje na te denken; om bijvoorbeeld een gedachte te krijgen, in de letterlijke zin: een gedacht te ontvangen die bij je opkomt. Je krijgt geen gedachten als je jezelf voortdurend volstopt met dingen van buiten, of het nu kleine ‘nieuwtjes’ zijn of werkelijk breaking news. Door weerstand te bieden aan die opgedrongen rusteloze neiging die we nu makkelijk ontwikkelen, kun je eraan bijdragen je je een ontvankelijker mens wordt. Een aandachtiger mens. En zo kun je misschien iets meer slagen in een levenswijze die je hebt leren als zien een goede manier van leven.” (pag. 114-115)

Het spoorde me aan met meer aandacht en ontvankelijkheid om me heen te kijken en minder op nu.nl. En de gedachte die ik kreeg was over de natuur waarvan ik deel uitmaak. Het klimaat is in de war. Hoge temperaturen. Een gletsjer die ik al ken van 30 jaar geleden is echt een stuk kleiner geworden. Droogte alom zichtbaar. In de zomer al herfsttinten. Hoe gaat het verder?

Een groenere zorg

En dan weer aan het werk. De radio toch maar weer aan voor het nieuws 😊. Ik hoor Diederik Gommers reageren op een concept van het Integraal Zorgakkoord. Hij  geeft aan dat in dit Zorgakkoord de visie op groene zorg ontbreekt. Gommers is woordvoerder namens de Groene ZorgAlliantie. (https://www.groenezorgalliantie.nl/). Deze alliantie is een koepelorganisatie voor zorgprofessionals die zich inzetten voor vergroening van de zorg en voor planetaire gezondheid. Hun stelling is dat de klimaatcrisis een gezondheidscrisis is. Hun doelstelling dat in 2050 deze Alliantie overbodig is geworden, omdat de zorg ‘klimaatneutraal, klimaatbestendig, circulair en ecopositief’ is. Al veel wordt bedacht en besproken, veel is al ondernomen. Op 24 september is het Groene Zorg Festival reeds uitverkocht.

Een gedachte: moeten we ons aansluiten vanuit Reliëf? Nemen we deze visie op duurzaamheid mee in het nadenken over de (christelijke) identiteit van zorgorganisaties? Wordt er van Reliëf op dit punt ook iets verwacht? Welke leden zijn er op dit gebied al actief? Ik wacht met aandacht en ontvankelijkheid de reacties af!   

Wout Huizing, stafmedewerker Reliëf, whuizing@relief.nl

Winnaar Dag van de Levensvragen

Stichting Bedside Singers wint dit jaar de prijs van het meest in het oog springende initiatief op de Dag van de Levensvragen. Bedside Singers zingen voor mensen in de laatste levensfase: voor de ziel op reis. We interviewden de winnaars kort voor onze nieuwsbrief.

Reactie winnaars

‘We voelen ons vereerd.’ zegt Ingrid Windmeijer, voorzitter van Bedside Singers. ‘Corona heeft ervoor gezorgd dat wij de afgelopen jaren maar weinig groei kende, zo’n prijs geeft ons weer wat extra bekendheid.’ Het initiatief zorgt ervoor dat mensen die in hun stervensfase zitten een klein koortje van maximaal vier goede zangers over de vloer krijgen. ‘Het zijn kleine koortjes van mensen die zelf een klapstoeltjes meenemen. We willen graag geruisloos komen en voor een mooi laatste moment zorgen in de intieme en kwetsbare fase van het sterven. Een moment dat de stervende alleen of met geliefden kan doormaken.’

Bedside Singers is als initiatief gestart in Amsterdam en heeft zich inmiddels verspreid over het hele land. Zangers die zich aan willen melden omdat zij mee willen zingen voor mensen die stervende zijn worden met een auditie toegelaten. Dan wordt er gekeken naar de kwaliteit van de zang en de overtuiging waarom mensen deel willen nemen aan het koor. ‘Het dient echt een intiem moment te zijn voor de stervende, je moet het een eer vinden daaraan bij te willen dragen. We kiezen onze liedjes zorgvuldig uit. Ze komen uit allerlei landen en tradities. Vaak kiezen we voor een eenvoudige melodie en een onbekend liedje, door de herhaling kan de cliënt meer en meer ontspannen. Een moment om stil te staan bij het leven wat spoedig ten einde zal komen.’

Prijs

De prijs bestaat uit een geldbedrag van €100, de eer en de gelegenheid om volgend jaar tijdens de Dag van de Levensvragen een nieuwe winnaar te mogen kiezen.

Netwerk HR medewerkers: ‘Werken tot je 67e!?’

Er is sprake van toenemende personeelsschaarste en we hebben de komende tijd alle medewerkers hard nodig! De vraag hoe we ook oudere medewerkers voor de organisatie inzetbaar kunnen houden tot hun pensioen, lijkt zeer relevant. Op 8 september zal daarom worden stilgestaan bij de oudere generatie medewerkers. Is er beleid voor 55-plussers? Op welke manier is er oog en oor voor hen? Wat verwacht je wel of niet (meer)?

Deze middag willen we ons verder verdiepen in de visie op ouder worden, wat ouder worden betekent en welke rol zingeving daarbij heeft in het werk. We kijken ook hoe we juist vanuit onze christelijke identiteit  medewerkers kunnen inspireren en oog kunnen hebben voor hun mentale gezondheid. We gaan met elkaar in gesprek over ‘best practices’ op dit thema in de verschillende  organisaties en bespreken de vraagstukken waar HR medewerkers mee te maken hebben .Zo komen we samen  tot nieuwe kennis en inzichten.

Er is al een vast netwerk met een twintigtal deelnemers. HR medewerkers zijn van harte welkom. Je kunt je aanmelden bij mvonk@relief.nl en je krijgt nadere informatie. (na half augustus)

 

Meld je even aan als je van plan met om te komen bij mvonk@relief.nl

Een kijkje achter de schermen!

De collega’s van Reliëf wonen niet bij elkaar om de hoek, maar verspreid door heel Nederland. We komen van Noord, West, Midden en Oost en missen alleen nog een collega van onder de rivieren. Door deze afstand, gebeurt er bij Reliëf letterlijk en figuurlijk veel ‘achter de schermen’. Vergaderen, voorbereiden, elkaar inspireren, taart eten, we kunnen dat ondertussen goed ‘via een schermpje’.

Jaarcongres met ballonnen

Ook voor het jaarcongres ‘Vertel mij  wat!’ van 24 juni jl., is er door collega’s ‘achter de schermen’ bergen werk verzet. Het was een bijzonder jaarcongres, de laatste met Thijs Tromp als onze directeur. Toen we de laatste keer met Thijs, achter de schermen, het draaiboek voor de dag doorliepen, besloten we hem te verrassen met ballonnen in de achtergrond. Hoewel we een zekere ‘ballonschaamte’ kennen, zat de sfeer er meteen al goed in!

Tijdens het jaarcongres konden we elkaar van voeten tot kruin, weer live, ontmoeten. Voor mij en mijn collega’s een feestje op zich. Onze communicatiemedewerker, uit het Oosten, had bedacht dat de dag nog feestelijker zou worden als we u met ballonnen zouden verwelkomen. Uiteraard waren we dat met hem eens. Het eerste uur van ons jaarcongres hebben we met het hele team de longen uit ons lijf geblazen. Hiermee kon de dag niet meer stuk. En slechts één of twee ballonnen.

Ballonnetjesshirt

En nu zit ik in de trein naar Doorn, écht het allerlaatste afscheid van Thijs Tromp bij Reliëf. Hij heeft Reliëf laten groeien en bloeien. In de eerste jaren vóór en de laatste jaren meer áchter de schermen.  Met als resultaat een mooi team, dat de longen uit het lijf kan blazen en stevig staat. We nemen daarom vanmiddag op een vrolijke manier afscheid van Thijs. In stijl; met gedichten, verhalen, liedjes en een quiz. Vandaag niet ‘achter de schermen’, maar volop in het zonnetje. Ik hoop stiekem dat hij, net als op het jaarcongres, zijn ballonnetjesshirt aanheeft.

 

Verhalend werken in de zorg

Lezing gehouden op het Reliëf jaarcongres ‘Vertel mij wat!’ op 24 juni 2022
Thijs Tromp, directeur van Reliëf

Beste mensen,
Ieder jaarcongres van Reliëf is bijzonder, maar sommige zijn meer bijzonder dan andere. Voor mij is dit het 21ste jaarcongres en tevens mijn laatste als directeur van Reliëf. Deze lezing stond al gepland voordat ik besloot afscheid te nemen. Ik geef daarom geen afscheidsspeech, maar houd me gewoon aan het onderwerp van vandaag: ‘Verhalend werken in de zorg’. Zoals protestanten pleegden te zeggen: ‘Eerst het werk, dan het meisje’.

Intro
De onlangs overleden zuster Holkje van der Veer gaf op het Reliëf jaarcongres van 2019 een bijzonder kijkje in haar leven. Ze vertelde over een operatie die ze moest ondergaan. Toen de chirurg haar vroeg of ze, als de operatie onverhoopt zou mislukken en ze een dwarslaesie zou krijgen, of ze dan wilde dat ze levensreddend zouden handelen, toen zij ze: “Ja, doe dan die dwarslaesie maar, dood kan altijd nog”. De reden voor deze spontane – en voor haar ook typerende reactie – was dat ze zich geliefd wist: “Ik heb vrienden en familie, ik weet dat er van mij gehouden wordt. Ik weet dat zij mij niet in de steek zullen laten, ook niet als ik straks verlamd verder moet.” Dat was haar missie, eraan bijdragen dat mensen zich deel zouden voelen van een gemeenschap. Ze pleitte voor ankerplaatsen, waar we ons zouden kunnen oefenen in gemeenschapsvorming, omdat dat volgens haar het verschil maakt. Veerkracht – ze gebruikte het woord vaak – was voor haar niet primair een individuele prestatie. Zij wist dat haar veerkracht een geschenk was van de gemeenschap waar ze deel van uitmaakte. Dat ze geliefd was en van betekenis, dát maakte haar krachtig.

Thema
Vanochtend neem ik het thema dat zuster Holkje aanreikte op. Verhalend werken in de zorg, als een manier om betekenisvolle relaties tot stand te brengen, te verstevigen en te verdiepen. Want de verbindende dimensie van verhalen is in mijn ogen nog steeds onderbelicht.

Verhalend werken is een perspectief
Verhalend werken in de zorg is geen methode. Het is een perspectief op zorg. Een perspectief dat op verschillende manieren vorm krijgt in de dagelijkse praktijk. Ik zal eerst een paar van de uitingsvormen van verhalend werken in de zorg schetsen, voordat ik in ga op de verbindende kracht van verhalen.
Verhalend werken is zo nauw met zorg verlenen verweven, dat het haast vreemd is om ze te onderscheiden. Mijn collega Wout Huizing vatte dat jaren geleden ooit kernachtig samen: verhalend werken is eigenlijk niets anders dan de vraag stellen: ‘Hoe is het met u?’ ‘En’, voegde hij er aan toe, ‘je moet dan ook de tijd nemen om te luisteren en te reageren.’ Je moet er kennelijk even voor gaan zitten, om iemand te zien staan. Het belang van deze ‘gewone vraag’ in de gezondheidszorg is groot. Het is de vraag die bevestigt dat de mens tegenover je, meer is dan een zorgvrager, een patiënt, een bewoner of een cliënt. De zorgvrager wordt geacht de cliëntrol te spelen, maar in de basis is en blijft het een mens, die bezorgd is over hoe het verder gaat, die graag als mens wil leven, ondanks en met beperkingen. Wie de kunst verstaat om tussen de twee niveaus van communicatie te blijven bewegen – tussen het technisch-instrumentele van behandeling en begeleiding (what’s the matter with you) en het narratieve van menselijkheid en solidariteit (what matters to you) levert steeds opnieuw een bijdrage aan menslievende zorg. De aandacht voor wie iemand is, en wat het voor diegene betekent om ziek te zijn of een beperking te hebben, is steeds opnieuw een bevestiging van de menselijke waardigheid: je doet er toe, ik luister naar je!

Heilige grond
Een specifieke variant van narratieve aandacht is het werk van geestelijk verzorgers. Dat er plekken zijn, waar mensen hun verhaal kunnen vertellen, zonder bijbedoelingen, dat is zo wezenlijk. De ruimte die daar geboden wordt, is heilige grond. Ook deze functie staat onder kritiek, want geestelijk verzorgers moeten, net als iedere beroepsgroep in de zorg, gaan aantonen wat hun toegevoegde waarde is. Draagt het bij aan welzijn, welbevinden, een kortere ligduur, minder medicijngebruik of nog iets anders. Die effecten zijn er, wel degelijk, maar het punt is dat de bijvangst van deze bijzonder vorm van aandacht nu de hoofddoelstelling gaat worden. Een geestelijk verzorger luistert niet om het welbevinden te bevorderen, maar om er te zijn voor en met die ander. Het is goed in zichzelf.

Instrumentalisering
Een vergelijkbare instrumentalisering van het levensverhaal zie je ook elders terug. Het levensverhaal van de zorgvrager wordt op allerlei manieren nuttig gemaakt: om onbegrepen gedrag te begrijpen, om informatie over cliënten te verkrijgen die niet of moeilijk voor zichzelf kunnen spreken – bijvoorbeeld middels levensboeken van mensen met een verstandelijke beperking of met dementie. Op zichzelf is hier niets mis mee, maar het kan er wel toe leiden dat het zwaartepunt verschuift: het verhaal wordt vooral voor de zorgprofessionals van belang; wat van betekenis is voor de zorgvrager wordt daaraan ondergeschikt.

Ten slotte is er een vorm van instrumentalisering die heel anders van karakter is. Het gaat om een sluipende vorm van zelfdisciplinering. Het verschijnsel dat sociologen de biografische imperatief zijn gaan noemen. Je hébt niet alleen een verhaal, je hebt ook de opdracht om je verhaal zelf vorm te geven. Je levensverhaal is de manier waarop je laat zien wat je van je leven hebt gemaakt, hoe je bent omgegaan met tegenslagen en welke successen je hebt geboekt. De betekenis van het verhaal, de binnenkant van het verhaal, wordt steeds vaker gebruikt als buitenkant, zo lijkt het wel. Het zelfverhaal moet mooi, authentiek, uniek, doorleefd en betekenisvol zijn. We moeten zorg dragen voor ons verhaal als auteur, eigenaar én hoofdpersoon. Maar wat als dat verhaal stokt of verbrokkelt? Omdat het vloerkleed onder je is weggetrokken, omdat het leven je ongenadig heeft geraakt, omdat je beschadigd bent of omdat je er met de beste wil van de wereld geen gat meer in ziet, wat dan? Dan moeten we aan onszelf werken, op zoek naar onze innerlijke kracht, naar veerkracht, naar een nieuw plot waarmee we de tegenslagen kunnen integreren in een succesvol verhaal. Je schreeuw om hulp keert als een boemerang naar je terug. De opgave om mijn verhaal zelf vorm te geven, kan op die manier een grote druk op mensen leggen. Want op de achtergrond van de zoektocht naar een zinvol verhaal, is een normatief schema actief: over ‘gelukt’ en ‘niet gelukt’, over ‘zinvol’ en ‘niet zinvol’. Ik heb zelfs de indruk dat het leidt tot een nieuwe indeling in de samenleving, van winnaars en verliezers. Een samenleving van twee snelheden, een snelle van mensen die de baas zijn over hun verhaal en een langzame van mensen die niet meer in control zijn over hoe ze hun verhaal als betekenisvol moeten vormgeven – en die zichzelf zomaar als mislukt of loser kunnen gaan beschouwen. Er is sprake van een dominantie van het romantische plot, zoals we dat noemen (een probleem is een uitdaging, leed een kans voor posttraumatische groei). Andere plots raken zo gemakkelijk buiten zicht, zoals het komedische plot, waarin mensen, ondanks tegenslagen, hoop en betekenis ontlenen aan de trouwe zorg van anderen, die hen niet zullen laten vallen. Dat was wat zuster Holkje van de Veer bedoelde met veerkracht, de hoop en de moed die je kunt ontlenen aan de liefde en trouw van anderen. In dat licht wordt zelfs het leven met een dwarslaesie een mogelijkheid.

De verbindende dimensie van verhalen
Dit brengt me bij het verbindende dimensie van verhalend werken in de zorg. Verhalen zijn door en door relationeel. In verhalen leggen we verbanden tussen het ik en het zelf. Ik vertel over mijzelf en krijg al vertellend zicht op mij zelf en kan verantwoording afleggen voor mij zelf.

De verhalen zelf bestaan ook uit relaties, tussen verleden, heden en toekomst, tussen wat ik gedaan heb, wat me overkomen is, mijn motieven, intenties, verlangens en emoties. En, misschien wel het belangrijkste, het wemelt in het levensverhaal van de relaties met anderen. Als iets duidelijk wordt uit levensverhalen is hoezeer de betekenis van ons verhaal verweven is met anderen, met ouders, andere familieleden, vrienden, kennissen, docenten, collega’s, kerkmensen, artsen, buren en beroemdheden. Hier blijkt maar weer: wij zijn niet bedoeld om alleen door het leven te gaan. We zijn ongeneeslijk relationeel. Vandaar dat in de verhalen vaak diepe teleurstelling kan klinken over verbroken relaties en verraad. Vandaar ook de dankbaarheid voor liefde, vriendschap, trouw en zorg, die eveneens in de verhalen klinkt.

Minstens zo wezenlijk als het verhaal is het vertellen. Een verhaal wil verteld worden, de verteller zoekt een luisterend oor. We maken ons zelf soms wijs dat we eerst en vooral vrije, autonome individuen zijn, die op soevereine wijze ons eigen verhaal vormgeven. De praktijk is anders. We worden geboren in een web van verhalen, dat ons door en door vormt. Het verhaal dat we vertellen, doen we in een taal die we aangereikt krijgen. Heel veel Maggi en een beetje van onszelf. We zijn er voortdurend op uit om ons verhaal met het verhaal van anderen te verbinden, we verlangen naar erkenning, waardering en bevestiging. Dat zou je narcistisch kunnen uitleggen, dat we onze innerlijke leegte proberen te vullen met de bevestiging van anderen. Maar daarmee doe je geen recht aan het oprechte verlangen om gehoord en gezien te worden. Dat verlangen hangt mogelijk wel samen met onze menselijke kwetsbaarheid. We voelen ons naakt en onvolledig als we geen deel uitmaken van een gemeenschap waarin ons verhaal er toe doet. Wie haar of zijn verhaal vertelt in alle kwetsbaarheid, zegt: zie je mij, wil je me leren kennen, zou jij van me willen houden – al is het maar een piepklein beetje? Zou jij, misschien een beetje, voor me willen zorgen? Het verhaal van een kwetsbare mens lijkt op een postpakket met de sticker: ‘Fragile! Handle with care!’

Verwevenheid en verbondenheid
Tijdens het vertellen van en het luisteren naar verhalen kunnen wonderen gebeuren. Als de ander zich openstelt voor jouw verhaal, dan gaat jouw verhaal deel uitmaken van het verhaal van die ander. Je wordt, om het technisch te zeggen, een personage in het levensverhaal van de ander. En andersom werkt het ook zo, als de ander haar verhaal deelt met jou, gaat diegene deel uitmaken van jouw verhaal. Ons verhaal is belegd bij vele anderen, bij anderen aan wie we ons verhaal hebben toevertrouwd, aan wie we onszelf hebben toevertrouwd. Dat is de verbindende kracht van verhalen. Vandaar de teleurstelling als ons vertrouwen beschaamd is – het blijft riskant en vertrouwen laat zich niet dwingen. Vandaar ook de dankbaarheid als we op de zorg van een ander kunnen rekenen. Dit vormt voor mij de belangrijkste dimensie van verhalend werken in de zorg, dat we ons kunnen en durven toevertrouwen. Ida Gerhardt bracht dit treffen onder woorden in haar gedicht voor zorgpersoneel in verpleegtehuis Myosotis in Kampen:

“Die in dit huis u aan de naaste wijdt,
raak met Gods hulp het kostbaarste niet kwijt:
behoud van wie u aanzien het vertrouwen
bescherm hen tegen angst en eenzaamheid.”

Het relatiekwadrant
Niet elke context is geschikt voor het appel: ‘handle me with care’. Om dat te verduidelijken maak ik gebruik van het zogenaamde relatiekwadrant. Het bestaat uit twee assen. De polen van de verticale as zijn: functioneel en niet-functioneel. De polen van de horizontale as zijn: gekozen en niet-gekozen. Kwadrant één staat voor de relaties die nuttig zijn en die we zelf kiezen. Dat zijn onze netwerken. Ze bestaan meestal uit mensen met een vergelijkbare belangstelling die elkaar van dienst kunnen zijn. Ze heten op bepaalde sociale netwerken ‘vrienden’ maar dat zijn het niet echt. Het tweede kwadrant gaat het over niet-gekozen relaties die wel functioneel zijn. Denk aan collega’s, de postbode, de buschauffeur, de wijkagent, de schuldhulpverlener en ook aan zorgverleners. Om het een beetje negatief te zeggen, we hebben het ermee te doen en vanwege de functionaliteit is het handig om de relatie een beetje goed te houden. Maar vrienden worden met collega’s, daar moet je toch een beetje mee oppassen. Vervolgens is er de niet-gekozen, niet-functionele relatie. Je moet daarbij vooral denken aan familie, aan kerkgemeenschappen of aan buren. En dan zijn er de zelf gekozen niet functionele relaties. Daar gaat het om vriendschappen. Het is geen waterdicht schema en soms beweegt een relatie van het ene kwadrant naar het andere. Maar het onderscheid kan wel helpen om aan te geven waar het appel ‘handle me with care’ het beste tot zijn recht komt. Dat is in de beide niet functionele kwadranten. Niet-nuttige relaties hebben de meeste kans om zinnig te zijn, om de termen van de theoloog Herman Finkers te gebruiken.

“Nut”, zegt hij, “is als het iets oplevert. Als kleuter was ik erg onder de indruk als mijn familie in polonaise rondging en ‘Hoeperdepoep zat op de stoep’ zong. De hypotheek werd er niet lager van, je verkocht er niet meer meubels door.” (Zijn ouders hadden een meubelzaak). “Het heeft wel zin, maar het levert verder niks op.” Would you please, handle me with care? Dat is het appel in ieder autobiografisch verhaalfragment. Zul je zorgvuldig zijn met wat ik je toevertrouw? Wil je zorgzaam zijn als ik me aan je toevertrouw?

De verbindende dimensie in de zorg
Lang niet iedereen heeft een plaats waar dat appel ook wordt beantwoord. Mensen die geen familie hebben, of bij wie de familieverhoudingen verstoord zijn geraakt. Mensen die geen vrienden hebben, omdat ze in de marge van de samenleving geraakt zijn. Mensen die geen lid van een vereniging zijn of van een kerk, omdat ze daar gekwetst zijn geraakt. Omdat ze vreemd, raar of anders zijn. Deze mensen ontmoeten we wel in de gezondheidszorg. Dat is het bijzondere van deze sector. Koning, keizer, admiraal, in de zorg belanden we allemaal. Het enige dat je nodig hebt om er te komen, is dat je iets mankeert. Precies daarom is die vraag daar zo op zijn plaats: handle me with care, zie je wie ik ben, zie je mijn zorg en mijn verlangen? En, God zij dank, juist in de gezondheidszorg wordt de waarde en waardigheid van mensen bevestigd. Het verlenen van zorg is meer dan het verrichten van zorghandelingen – de open deur van de dag. Het is een uiterst waardevolle en zinvolle praktijk waarin morele en wat mij betreft diep religieuze waarden belichaamd worden. Een narratieve zorgcultuur, dat wil zeggen een cultuur die gevoelig is voor de betekenisdimensie van het menselijk verhaal, levert echt een bijdrage aan humaniteit.
Maar daarmee zijn we er nog niet. De relatie met een zorgprofessional zit in het kwadrant: functioneel / niet zelf gekozen. Dat betekent dat de zorg van de professional van voorbijgaande aard is. Hoe liefdevol de professionele zorg ook is, het leven van de mens om wie het gaat moet geleefd worden in andere verbanden, met familie, vrienden en kennissen. Als dat er is, kun je je zelfs voorstellen dat er met een dwarslaesie te leven valt.

Ondertussen in de samenleving
De vraag is: zijn er voldoende plekken voor betekenisvolle ontmoetingen, waar verhalen gedeeld kunnen worden, waar verhalen verweven kunnen raken? Daar maak ik me wel zorgen om. Jonathan Sacks, de onlangs overleden opperrabbijn van Groot-Brittannië, schreef in zijn laatste boek Morality dat onze samenleving in rap tempo van ‘wij’ naar ‘ik’ is gegaan. Dat het domein van het wij, de wereld van familie, vrienden, religie en het vrijwillige initiatief, waar loyaliteit belangrijker is dan ons eigenbelang, aan erosie onderhevig is. De cijfers over eenzaamheid, sociale isolatie, vervreemding, uitsluiting, achterstelling, armoede, maatschappelijke woede kunnen je somber maken. De titel van het onlangs verschenen trendrapport Gehandicaptenzorg spreekt ook boekdelen: de maatschappij, dat zijn zij. Het lukt mensen met een beperking (en dat geldt niet uitsluitend voor hen) niet goed om mee te doen, want de samenleving is te hard, te snel en te complex. De samenleving moet ontvankelijker, trager en barmhartiger worden, zo is de boodschap van dit rapport. De participatiesamenleving, die de versobering van de verzorgingsstaat had moeten opvangen, is niet echt van de grond gekomen. Het kan je somber maken – maar dat word ik niet, want ik er zijn plekken, die niet zo in de schijnwerpers staan, waar veel mensen zijn die bereid zijn hun tempo bij te stellen en ruimte te maken voor verhalen. Maar dat de vraag naar ‘samen’ een hoge urgentie heeft, dat mag duidelijk zijn.

Wat kan de zorg doen?
Kan de reguliere zorg ook iets betekenen bij het creëren van plekken voor betekenisvolle ontmoetingen? Ja, zij het in beperkte mate. De zorg kan niet de problemen van de brede samenleving oplossen. Maar ze kan er wel een bijdrage aan leveren. In de eerste plaats door tegenwicht te blijven geven aan de regeldruk die nog steeds niet echt vermindert. Koester de zorg als een langzame plek. Sta pal voor de waarde van nutteloze relaties. Bescherm de narratieve omgeving van de zorg. Waardeer de kwaliteit van de zorg niet alleen in technische zin, maar in termen van ‘ruimte voor verhaal’ en ‘kwaliteit van relaties’. Daarnaast zouden zorgaanbieders de samenleving misschien nadrukkelijker kunnen uitnodigen om mee te doen aan het langzame en aandachtige leven in de zorg. Dit geldt vooral voor de langdurige zorg. Dat kan nieuwe betekenisvolle relaties opleveren. En het is kan de samenleving de weg wijzen. Dat zal wel een opgave worden met een toenemende zorgvraag en krapte op de personeelsmarkt. Maar bestuurders die snappen dat de aandacht voor het verhaal bijdraagt aan een zinvol bestaan, zullen in dat licht zeker kritische keuzes kunnen maken over waar de prioriteit ligt. Hier liggen m.i. de belangrijke vragen voor de toekomst. Maar ik moet nu afsluiten.

Tot besluit
Mijn verhaal gaat verder, nu buiten de kring van Reliëf. Alle betekenisvolle ontmoetingen, met collega’s, bestuursleden, leden, samenwerkingspartners, blijven deel uitmaken van mijn verhaal. Was mijn werk nuttig? Ik weet het niet. Was het zinnig, ja dat denk ik wel. Ik vond het een voorrecht om zo lang bij zo’n bezielde club te mogen horen.
Ik wens Reliëf toe dat ze nog lang en gelukkig zal leven. Ik heb er alle vertrouwen in!

Symposium en scheurkalender

Symposium en scheurkalender

Op 13 mei 2022 nam Anja Bruijkers afscheid als geestelijk verzorger van De Blije Borgh. Zij gaat met pensioen. Haar afscheid kreeg mede vorm met een symposium over ‘menslievende zorg’ in de dagelijkse zorgpraktijk.

Ruim 10 jaar heeft Anja trainingen rondom menslievende zorg gegeven aan zorgprofessionals en vrijwilligers. Tijdens het symposium stond stafmedewerker van Reliëf Wout Huizing stil bij de vraag ‘Wat is nu christelijk aan menslievende zorg’? Anja gaf een inkijkje in haar werk als geestelijk verzorger onder de titel ‘Verbonden, verbinden en verbanden’. Leo Fijen reikte 10 aandachtspunten aan, om je bewust te zijn van je professionele deskundigheid, ook als er sprake is van machteloosheid rondom het sterfbed.

Na de inleidingen was er een feestelijk moment waarop een Scheurkalender voor 2023 werd gepresenteerd: Een bemoediging voor elke dag, is de titel. Twaalf geestelijk verzorgers van verschillende zorgcentra verspreid over het land verzamelden Bijbelteksten uit verschillende Bijbelvertalingen, gegroepeerd rondom een maandthema. Voor elke dag een tekst, om het geloof levend te houden en mensen te bemoedigen. Goed te lezen met een groot lettertype. Deze teksten zijn aangevuld met liederen en psalmen.

De gedachte hierbij is dat er meer en meer zorgmedewerkers in de verzorgingshuizen/ verpleeghuizen werkzaam zijn die niet opgevoed zijn met bijbelteksten. Veel ouderen wél en zij ervaren steun aan het geloof. Deze scheurkalender kan per woning/huiskamer in een verpleeghuis worden op gehangen en bijvoorbeeld worden gebruikt als afsluiting van de maaltijd. Uiteraard kunnen mensen ook de scheurkalender individueel in het eigen appartement of kamer gebruiken.

Een dergelijke kalender komt tegemoet aan ouderen die steeds slechter kunnen lezen. Bekend is dat veel ouderen gewend zijn om na de maaltijd of voor het naar bed gaan iets te lezen uit de bijbel of gebeden boekjes. Verzorgenden en andere medewerkers, maar ook familieleden/mantelzorgers kunnen samen met de oudere individueel of per woongroep de kalender gebruiken en samen met hen lezen en in verbondenheid in huiskamers van de afdelingen / de woningen samen zingen.

De scheurkalender is gratis. Interesse? Bestellen doet u via: https://www.bijbelvereniging.nl/

Training ‘Specialisten geestelijke verzorging’ met succes afgerond

Training ‘Specialisten geestelijke verzorging’ met succes afgerond

En wéér sloot een groep van tien geestelijk verzorgers de training ‘specialisatie geestelijke verzorging thuis’ af. Op 19 mei hadden zij hun derde trainingsdag in De Hofclub in Woerden. Inmiddels is deze training gegeven aan 40 geestelijk verzorgers.

De training wordt gegeven door Marja van Bergen (intransitcoaching) en Wout Huizing (Reliëf) en daagt geestelijk verzorgers uit zich te specialiseren in de geestelijke verzorging bij mensen thuis. Dat blijkt een eigen ‘vak’ in vergelijking met geestelijk verzorgers die intramuraal werkzaam zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de specifieke casuïstiek die wordt besproken vanuit opgedane ervaringen, de reflectie op de ethiek van het vak en het op een rij zetten van de uitdagingen die er liggen om binnen de eigen omgeving helder te hebben waar je specialisme ligt in het begeleiden van mensen. Zoveel thematieken én mensen met talloze achtergronden die begeleiding bij levensvragen behoeven. Maar ook: hoe een netwerk opbouwen, hoe contacten opbouwen, hoe vormgeven aan groepswerk en onder de aandacht brengen van ‘gemeenschapsverhalen’ om kwetsbare mensen een stem te geven? Er is genoeg te ontdekken aan de hand van het zogeheten ‘vier-lagenmodel’ dat richting geeft aan de verschillende aspecten van dit verder te ontwikkelen vak. Ook de onderlinge uitwisseling als collega’s blijkt zeer stimulerend te werken. In deze groep vonden de ‘Limburgers’ elkaar inhoudelijk en werken aan mooie plannen rondom pelgrimage.

Voor wie meer weten over de ontwikkelingen van geestelijke verzorging thuis: kijk op www.agora.nl en abonneer je op de nieuwsbrief met update van de geestelijke verzorging thuis.

Ook volgend jaar zal deze training weer worden aangeboden voor gereduceerd tarief, vanwege een subsidie van VWS. De data worden in september gepubliceerd op de website van Reliëf.

Tevreden gezicht

Een aantal maanden geleden word jij bij ons opgenomen in het hospice. Je bent erg ziek, jouw geheugen laat je ook wat in de steek, wat maakt dat je niet altijd begrijpt waarom je bij ons bent. In jouw beleving ben je bij ons op de afdeling om weer op te knappen. Als het mooier weer wordt, en je je wat beter voelt, zal je weer naar huis gaan, houd je ons voor. Soms ben je erg verdrietig en boos, je vertelt me dat jouw zoon zomaar jouw auto heeft verkocht zonder jouw medeweten. Je blijft aangeven en vragen wanneer je mee kan naar de garage om een nieuwe auto te kopen. Het moet wel een Volvo zijn, dat is HET merk.

Je zegt af en toe dat je je hier gedumpt voelde in het begin, in jouw beleving gebeuren dingen achter je rug om. En toch blijf je bescheiden, het verdriet overheerst de andere emoties. Je zit soms in elkaar gedoken in de stoel, weet je met jouw houding geen raad en omdat jouw hoofd het niet begrijpt, wordt het er voor jezelf niet makkelijker op.

Een zorgrelatie opbouwen

Jouw kinderen komen om het een en ander uit te leggen hoe het gegaan is, dat maakt dat voor ons wat puzzelstukjes in elkaar vallen en het blijkt dat het gesprek met jouw kinderen ook belangrijk is voor ons. Om zo in contact te blijven en elkaar te begrijpen, zodat we jou daarin ook beter kunnen verstaan en begeleiden.

Je probeert zo lang mogelijk veel zelfstandig te doen. Tijdens een zorg moment vraag ik wat je in het verleden gedaan hebt. In het gesprek vertel je dat je marktkoopman bent geweest, je handelde in groente en fruit. Altijd hard gewerkt en zelfstandig geweest. Dat verklaart mede waarom je onze hulp niet nodig vindt. Ik geef aan dat ik in mijn jonge jaren ook op de markt heb gestaan bij een collega marktkoopman die ook groente en fruit verkocht. Jouw ogen beginnen op dat moment te stralen. Je kent de man waarvoor ik werkte en deze herkenning doet je goed. Je praat honderduit over jouw werkjaren en hoe je dit beleeft hebt.

Kleine dingen met grote betekenis

Zelf jouw krant ophalen en zelf het ontbijt pakken uit de huiskamer, naar buiten gaan om te wandelen met familie of met een vrijwilliger. De buitenlucht doet je zichtbaar goed, je ervaart wat meer lucht, minder benauwdheid en meer adem. Een glas rode wijn in het begin van jouw verblijf, ijs met slagroom werd dat later omdat het slikken moeizamer ging. Je genoot van de kleine dingen waarmee we jou verwenden. Het vele bezoek dat je kreeg, nadien altijd meelopen naar de lift om ze uit te zwaaien, zelfs tot op het eind van je leven. Elke ochtend wilde je graag op tijd geholpen worden, toen dit zelf niet meer zo goed lukte. Wassen of douchen en altijd netjes in de kleren. Voor jou was dit heel belangrijk en, zo interpreteerde ik het, dan is de achteruitgang niet te zien.

Loslaten

Jouw ziektebeeld maakte dat er een stuk angst bij kwam kijken. Bij jou, bij je naasten en bij ons als team. Wat als…. Alles ging moeizamer en afgelopen nacht was je echt benauwd. De voorgeschreven medicijnen die je kreeg hielpen niet afdoende. Ik kwam bij je om 08.00 uur en zag je `overleven`. Ik gaf je de medicatie en ging even bij je zitten. Ik vertelde dat ik je zag en dat je het zwaar had. Dit beaamde je, iets wat niet vanzelfsprekend was. Anders zei je altijd dat het goed ging. Nu niet.

Ik vertelde je dat ik de dokter meteen ging bellen, ook hiermee was je blij. De arts kwam meteen en zei tegen je dat we jouw kinderen gingen bellen. Ze gaf aan dat we zagen dat je het moeilijk had en dat je een “time out” nodig had. Ook hier stemde je mee in, dat zei voor ons genoeg over hoe je je voelde. Ik gaf medicatie zodat je ging slapen voor een paar uur. Als jouw dochter er zou zijn, zouden we verdere afspraken maken. Ik ging bij je zitten, hield je hand vast. Je viel vrijwel direct in slaap, ik bleef bij je. Ik zag dat jouw ademhaling meteen veranderde, je gezicht begon anders te worden.

Het raakte me, dat je zo rustig lag en het leek dat je van overleven naar overgeven ging. Je hebt in een heel korte tijd de overstap gemaakt naar het hiernamaals. Heel rustig, zonder angst, zonder moeilijk ademen, met een tevreden gezicht.

Anne Sloëtjes is woonbegeleider IG bij Hospice de Hazelaar en is deelnemer aan de Alliantie Zinvolle Zorg in het Verpleeghuis.

Deelsessies Jaarcongres: Naam – thema – beschrijving

 

Naam Thema/titel Uitgewerkte tekst Ronde
Sander de Hosson Napraten met… Over zijn bijdrage aan het Jaarcongres ‘Zorg voor het verhaal’ 2
Hans Alma Napraten met… Over haar bijdrage aan het Jaarcongres ‘Het verlangen naar zin’ 1
Fem Pluimers Een verhaal zonder taal Om verhalen te kunnen vertellen, hebben we taal nodig. Maar wat als de taal ‘hapert’? Bijvoorbeeld omdat mensen te maken krijgen met dementie. Hoe kunnen we de verhalen van hen, zonder woorden, toch tot ons laten komen? De esthetische component biedt kansen. In deze sessie zetten we al onze zintuigen open. We gaan op zoek naar verhalen zonder woorden. We gaan op zoek naar schoonheid. Een workshop met een spannende en intieme oefening.

 

1
Ans Vrerink Werken met de verhaalcirkel Persoonsgerichte zorg verlenen blijkt in de praktijk soms lastiger dan gedacht. De spanning tussen leefwereld en systeemwereld is daarbij een blijvend gegeven. In een onderzoeksproject tussen Reliëf en Hogeschool Windesheim hebben zorgmedewerkers gezocht naar mogelijkheden om in de alledaagse zorg beter recht te kunnen doen aan betekenisgeving van de bewoner. Het inzetten van ‘de Verhaalcirkel’ blijkt een effectief instrument. In deze workshop gaan we kennis maken met deze Verhaalcirkel en hoe die is in te zetten in de praktijk. 1,2
Gerdi Keeler Verhalen delen bij eenzaamheid Verhalen vertellen wie we zijn en beschikken over een enorme kracht om te verbinden. Dit is van groot belang wanneer er sprake is van eenzaamheid. Het spel Sharing Stories is speciaal ontwikkeld voor deelnemers die kampen met eenzaamheid om persoonlijke verhalen te vertellen die positief zijn.

In de workshop staan we kort stil bij de gevolgen van eenzaamheid en de relatie met persoonlijke verhalen delen. Verder is er uitleg over verschillende componenten van het spel en kun je het spel zelf spelen.

 

1
Trijntje Scheeres-Feitsma Narratieve interventies voor morele reflectie Onze eigen waarden en normen kleuren de manier waarop we naar de wereld kijken, naar anderen kijken en ook de manier waarop we zorg verlenen. Sommige waarden en normen heb je goed in beeld en andere blijven wat meer verborgen. Tijdens deze workshop maak je kennis met de hermeneutische methode voor morele reflectie. We gaan oefenen met enkele onderdelen en interventies uit deze methode die eenvoudig in de eigen werksituatie zijn toe te passen.

 

1
Aliza Damsma Narratief onderzoek bij kinderen: de start van het levensverhaal Een introductie van een veelbelovende methode bij verschillende doelgroepen. Het narratief onderzoek, ook wel storytelling genoemd, heeft als doel om de ‘verteller’ een stem te geven. Kinderen zijn een doelgroep die niet altijd een stem krijgen, vooral wanneer de thema’s meer abstract en conceptueel zijn, zoals zingeving. Of wanneer je denkt dat kinderen geen levensvragen hebben. In deze deelsessie verkennen we vanuit de ervaringen van een promotiestudie een nieuwe methode om levensverhalen van kinderen te vertellen.

 

1,2
Thijs Tromp Inclusief verhalend werken

 

Werken met levensverhalen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is vaak gericht op het maken van levensboeken. Dat is en blijft waardevol, maar het is de hoogste tijd voor een vervolgstap. Verhalen verbinden, dat is het uitgangspunt van deze deelsessie. Het gaat om het creëren van een ruimte waarin niet de professionele begeleiding centraal staat, maar wie de cliënt is. Wie en wat doen ervoor haar toe en hoe kan een betekenisvol leven worden ondersteund en verder worden vormgegeven vanuit het verhaal? Een pleidooi voor aandacht, relatie, creativiteit en zin.

 

2
Tilly de Kruyf Je eigen verhaal verdiepen! Vertel mij wat! In de deelsessie richten we ons op zowel jouw persoonlijk verhaal als op jouw verhaal als professional. Welke waarden drijven jou, welke keuzes zijn voor jou van betekenis? Maar ook welke keerpunten speelden een rol op jouw levensreis en welke levensvragen riepen ze op? Je eigen verhaal staat in deze deelsessie centraal, en dit helpt dit om je bewust te worden waar je nu staat en dit te verdiepen.

 

2
Wout Huizing Mijn leven in kaart Waarom zou je met ouderen in gesprek gaan over hun levensverhaal? Hoe hangt dat gesprek samen met zingeving? Mijn leven in kaart is een beproefde en succesvolle methode om die gesprekken aan te gaan. In deze deelsessie staan we niet direct stil bij de handvatten voor dergelijke gesprekken, maar naar de achtergrond om oudere mensen de gelegenheid te bieden hun verhaal te vertellen. Welke visie op de aandacht voor het levensverhaal spreekt daaruit? En hoe omgaan met levensvragen die dan aan de orde komen?

 

2
Wim Smeets / Lenneke Post Krachtbronnen uit je biografie voor je werk Werken in de zorg doet een beroep op je professionele competenties én op je persoonlijke veerkracht. Dat is in de Corona-pandemie wel duidelijk geworden. Velen zijn tot aan of zelfs over de grenzen van hun energie gegaan en zijn gaan twijfelen of ze zo wel konden en wilden werken.

Deze ervaringen roepen meer dan ooit de vraag op: hoe geef je zin aan je werk?  Wat zijn je persoonlijke krachtbronnen? Tijdens de workshop maken we kennis met een methode om deze thema’s te exploreren en er ook alvast mee te oefenen. Aan het einde verkennen we of deze werkwijze ook toepasbaar kan zijn in uw eigen team, zorginstelling of -netwerk.

1,2
Marije Stegenga Narratieve verbetering van de zorg Meten is weten! Maar wat willen we precies meten en waarom? De zorg kan altijd beter, maar in welke richting? En wat is ‘beter’? Van belang is om in verbetertrajecten goed te kijken en te luisteren naar zorgprofessionals en hun ervaringen in de alledaagse zorgpraktijk. De verhalen die zij vertellen en de reflectie met hen op hun werk leiden tot verbeteringen in de zorg. Niet door vooral te tellen, maar ruimte te maken voor vertellen!

 

1