Bij het Jacobidebat van 1 juli jl. spraken religiewetenschapper (en ervaringsdeskundige) Katie Vlaardingerbroek en hoogleraar psychiatrie Jim van Os over de grenzen van therapie. Het was een boeiende en ontnuchterende uitwisseling op allerlei vlakken, waaronder over de specifiek Nederlandse therapiecultuur.
Katie gaf inzicht in therapie als nieuwe religie (zie haar boek: Nederland therapieland), en waarschuwde voor een mogelijk nieuw ‘vinkje’ gebaseerd op het privilege van toegang tot therapeutische hulp of coaching. Immers is therapie vaak beperkt toegankelijk, en wordt er relatief meer gebruik van gemaakt door groepen met hoog opleidingsniveau en hoge sociaaleconomische status. Ook spraken de sprekers door over wat ‘psychisch lijden’ nu écht is. Volgens psychiater Jim van Os hangt dit vooral samen met diepmenselijke ervaringen; de meeste gevallen van psychisch lijden vinden dan ook plaats in een ‘normaal brein’. Hij pleit er dan ook voor om een einde te maken aan rigide diagnostiek (beter gezegd: classificatie) vanuit de DSM, waarbij vaak overlappende symptomenvelden worden ingekaderd in hokjes van ‘stoornissen’. In het huidige systeem fungeert dit vooral als draaideur om in aanmerking te komen voor bepaalde hulp. Volgens van Os is psychisch lijden vaak niet te lokaliseren in het brein; het gaat om een interactief iets waarbij de context waarin mensen leven (niet alleen directe familie, maar ook regio, cultuur) een enorme rol speelt. De sprekers pleitten dan ook voor meer integratie van therapeutische vormen en zingeving naar het level van het collectief, als alternatief voor vaak sterk verinnerlijkte vormen van zelfzorg (Vlaardingerbroek ziet hierin zelfs een afgeleide van het protestantisme terug). In ons therapieland kan namelijk nu in de hand worden gewerkt dat therapie onbedoeld zélf een facet wordt van de individualistische cultuur, waarbij het ‘bijhouden van je mentale gezondheid’ een eigen verantwoordelijkheid wordt: iets wat je geacht wordt te doen om weer mee te kunnen. Kortom, allemaal inzichten die vooral op het sociologische niveau echt prikkelen. Maar dit alles wel met de hele grote nuance, die ook tijdens het gesprek herhaaldelijk terugkwam, dat therapie op individueel niveau wel degelijk waardevol, behulpzaam en verrijkend is voor veel mensen.



