Niet aan de zijlijn blijven staan
Gert-Jan Segers, voormalig leider van de ChristenUnie, beschrijft in Macht en Onmacht zijn persoonlijke ervaringen van tien jaar ‘in Den Haag’ waarin hij reflecteert op de veranderingen in de Nederlandse politiek en samenleving, en zijn eigen rol daarin. Het boek biedt een originele analyse van de hedendaagse politieke dynamiek, vanuit het perspectief van de insider met de blik van een outsider. Segers richt zich hierbij op de morele dimensie van politiek, de verhouding tussen macht en moraal, en de rol die de christelijke politiek hierin gespeeld heeft het afgelopen decennium. Het boek leest vlot en is een feest van herkenning door alle recente gebeurtenissen die opnieuw belicht worden. De energiecrisis, corona, stikstof, de asielcrisis, het kinderpardon; het komt allemaal voorbij en de persoonlijke betrokkenheid van Segers op deze thema’s maakt de compromissen invoelbaar. Wat is de politiek toch een taai en allesomvattend vak. Bijzonder knap dat Segers het zo lang heeft volgehouden.
Maar wat wil hij nou eigenlijk zeggen met zijn boek? Is het een autobiografie? Een persoonlijke reflectie? Een politieke geschiedenis? Een maatschappijkritische polemiek? Een politiek handboek voor toekomstige (christen) politici? Mijn afdronk is dat het van alles een beetje is en dat doet de zeggingskracht van het boek geen goed.
Op 10 oktober a.s. verzorgt Segers een masterclass voor leden en klanten van Reliëf. In het licht van deze masterclass beschrijf ik hieronder een drietal thema’s uit zijn boek die voor bestuurders in de zorg relevant kunnen zijn.
Over roeping, ambitie en ego
Segers staat op goede voet met de Schepper. Hij spreekt frank en vrij over zijn relatie met God en roeping is een centraal begrip in zijn vocabulaire. Zo schrijft hij op blz. 19: ‘Ik vocht ertegen omdat ik diep overtuigd ben geraakt dat het mijn roeping was om met God midden in de wereld te staan (…) Ik geloofde dat ik juist op de plek moest zijn waar moraal en macht samenkomen. Bovendien liep de grens tussen goed en kwaad niet tussen twee verschillende groepen mensen, maar dwars door mijn eigen hart.’ Dus geen getuigenispolitiek vanaf de zijlijn, maar vanuit de eigen drijfveren en idealen knokken in het hart van de nationale politiek. En knokken doet Gert-Jan Segers. Zijn verblijf in Egypte, de ontmoeting met een Ghanese vrouw, het wealen en dealen in achterkamertjes, het slikken van meloenen, zijn dubbele verhouding met Rutte, het respect voor boezemvijand D66: beeldend en soms zelfs meeslepend beschrijft Segers zijn avonturen die zonder meer respect afdwingen.
En toch blijft er iets haken. Los van een klein dipje in zijn geloof (Segers doet het af in een halve pagina) lijkt zijn verhaal bijna té mooi. Hij weet voortdurend wat hij moet doen, maakt nooit een verkeerde keuze, overlegt altijd harmonieus met zijn vrouw, spiegelt zich met een bijna valse bescheidenheid aan groten zoals Bonhoeffer, Mordechai (uit het bijbelboek Esther) en Abraham Kuyper (‘en precies dit wilde ik, als een veel kleinere krabbelaar dan hij, Kuyper kunnen nazeggen’ blz. 113) en gebruikt zelfs in het beschrijven van zijn twijfels de juiste woorden. Ik zou benieuwd zijn naar de rafelrandjes in het functioneren van Segers. Waar eindigt roeping en begint ambitie? Hoe schijnt zijn ego door alle verhalen heen? Wanneer wist hij het niet meer? Wanneer maakte hij een verkeerde keuze en wat heeft hij daarvan geleerd? De essentie van leiderschap is zelfkennis. Ik kan me voorstellen dat een diepere reflectie op ‘de achterkant’ van zijn functioneren Segers menselijker maakt, dichterbij brengt en daarmee meer ‘lessons learned’ oplevert voor andere leiders.
Van persoon naar systeem
Segers beschrijft zijn lange mars door de instituties en geeft mooie persoonlijke inkijkjes in de werking van het politiek krachtenveld in tijden van polarisatie. Hard werken, eindeloos overleggen, de druk van ‘de achterban’, de lelijkheid van compromissen, de uitdaging om het eigen verhaal overeind te houden, de trots als het lukt een resultaat te behalen; het komt allemaal voorbij.
Wat Segers veel minder doet is het formuleren van systeemkritiek, terwijl hij voldoende schaduwkanten beschrijft van het huidige politieke systeem. Segers stelt wel dat macht nooit zonder moraal kan en hij suggereert ook een sterkere stellingname van politici ten opzichte van de macht van de technocratie (ambtenaren en instituties zoals CPB etc). Ik zou Segers willen uitnodigen dit thema eens verder uit te werken. Hoe ziet hij een beter werkend politiek systeem? Hoe ziet hij de migratie van de kiezer van consument naar participant? Het zou meer kracht verlenen aan zijn boodschap.
Blijf niet aan de zijlijn staan
Tot slot mis ik wat verdieping in de centrale begrippen in het boek van Segers. Zijn centrale these is dat macht en moraal bij elkaar horen. ‘Samen met mijn kameraden van de ChristenUnie heb ik -met vallen en opstaan- het smalle pad proberen te bewandelen waarop macht en moraal samenkwamen. En hoe moeilijk dat ook is, het is de enige weg voorwaarts naar bezielde politiek die weer hoop biedt en voor verandering zorgt. En dat is hard nodig! (blz. 235).
Maar wat is nou eigenlijk macht volgens Segers? De kunst van het beïnvloeden à la Machiavelli? Volgens socioloog Max Weber is macht het vermogen van personen of groepen om andere personen, groepen of zaken de wil op te leggen, eventueel tegen de wensen in. Ziet Segers dit ook zo? En is de enige route voor machtsuitoefening ‘van woede naar wet’? En wanneer wordt macht misbruik? En hoe ziet hij zijn eigen macht? Het begrip blijft vooral persoonlijk en daarmee voor diverse uitleg vatbaar. Dat geldt ook voor de (impliciete?) veronderstelling dat bezielde politiek het primaat heeft op hoop en verandering. Juist omdat macht een centraal begrip is in leiderschap is het meer dan interessant om een nader uitgewerkte visie van Segers hierop te horen. Wellicht dat een taxiritje met Paternotte nog wat kan helpen.
Het slotpleidooi van Segers is helder en krachtig. Blijf niet aan de zijlijn staan. Waarvan akte.
Door: Peter van Wijk, Voorzitter Reliëf




