030 - 76 00 115 info@relief.nl

Vorig jaar tekende mijn huisgenoot Eva de kerststal hiernaast. Toen ik haar vroeg wat er op de tekening stond begon ze eerst te zingen. ‘Na, na, na, na, na, na kindeke teer. Ei zwijg toch stil sus sus! En krijt niet meer.

Daarna wees ze linksboven in de stal en zei: Spin. Vervolgens wees ze naar rechtsonder en zei: Muizen, lief! Daarna noemde ze de andere figuren op die wij meer gebruikelijk vinden in een kerststal: Jozef, Maria, Os, Ezel, Engelen, baby Jezus. En o ja, ook nog een hond.

Het ontroert mij dat Eva een kerststal tekent waar spinnen en muizen de eerste getekende dieren zijn. Niet de eerste dieren die ik in een kerststal zou tekenen. Ik zou mezelf eerder zien rondlopen met een ragebol om de spinnenwebben te verwijderen en met muizenvallen om de muizen te vangen. Het kerstverhaal wordt in mijn hoofd toch snel een idyllisch verhaal.

Dat ook al die enge dieren daar bij horen – daar had ik nog niet aan gedacht. Eva had daar al lang aan gedacht. Ze begon zelfs met het opnoemen van die voor mij enge dieren. En pas daarna vertelde ze over de rest van de kerststal. Ik denk dat dit van ons vraagt dat wij ook ons huis en ons hart openzetten voor dat wat we ongemakkelijk vinden, dat wat ambivalente gevoelens oproept of eng is. Dat wat we misschien wel zo ver mogelijk bij onszelf vandaan willen houden.

Wanneer het mij lukt om over mijn eigen schaduw heen te springen, dan ontstaat er soms ineens iets van een onverwachte harmonie. Een mooi gesprek met iemand van wie ik eigenlijk dacht dat die niet zo aardig was. Of begrip voor iemand met heel andere en voor mij enge politieke overtuigingen. En wanneer ik het weer eens vergeet of wanneer ik geen zin of tijd denk te hebben om over mijn eigen schaduw heen te springen, dan denk ik aan die kerststal van Eva. Aan de spinnen en de muizen!

Tekst: Anouk Helmich, Ark Haarlem
Met dank aan: Eva Dobber