‘Wat we nodig hebben is een realistisch zorgverhaal waarin beide kanten een plek krijgen. Autonomie én afhankelijkheid. Kracht én kwetsbaarheid.’
Antonette Smelt, huisarts & theoloog, schetst een genuanceerd beeld van de beweging ‘van zorgen voor naar zorgen dat’. Lees het artikel hieronder.
Van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ – een goed idee?
Antonette Smelt, huisarts | theoloog
Er is veel positiefs te zeggen over de beweging in de zorg waarin we van ‘zorgen voor’ meer naar ‘zorgen dat’ gaan. Door deze beweging is er meer aandacht gekomen voor de wensen en eigen inbreng van patiënten en bewoners. Niet meer alleen de behandeling van ziekte telt, maar ook de vraag hoe iemand zijn leven ervaart en wat voor iemand van betekenis is. De mens achter de patiënt en bewoner is zichtbaarder geworden. Dit is winst. Maar toch wringt er ook iets en daar wil ik het in deze blog over hebben.
Een goed idee – maar eenzijdig
Bij het spreken over de beweging van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ wordt een beeld gepresenteerd van de mens als autonoom, veerkrachtig en zelfsturend wezen. De mens die, ook in situaties van ziekte en ouderdom, de regie behoudt en zijn leven betekenisvol vorm weet te geven. Dat beeld inspireert en motiveert. Maar, het is niet compleet. Regelmatig lukt het mensen om zich veerkrachtig en zelfsturend op te stellen, maar dit geldt niet altijd en niet voor iedereen. Als huisarts zie ik heel regelmatig situaties waarin zelfredzaamheid en autonomie wegvallen. Plotselinge ziekte kan mensen overweldigen, ouderdom maakt afhankelijk, rouw en angst kan het denken vertroebelen. Dan blijkt hoe kwetsbaar mensen kunnen zijn. En hier gaat het zorgverhaal schuren, want dit deel van het verhaal wordt vaak niet verteld.
In de knel
Als dit deel van het verhaal niet wordt verteld, dreigen twee groepen mensen in de knel te komen. In de eerste plaats de mensen in situaties van ziekte, ouderdom en handicap die te maken krijgen met afhankelijkheid, lijden, pijn en soms diepe eenzaamheid en angst. Als we deze mensen niet méér te bieden hebben dan hen te wijzen op hun autonomie en zelfsturing waarmee ze hun welzijn kunnen verbeteren, doen we hen geen recht. Situaties van kwetsbaarheid en lijden vragen om een andere houding, namelijk die van erkenning, van samen verdragen, van leren uithouden. In de medische wereld is hier weinig aandacht voor en ik ervaar als arts dan ook vaak een spanningsveld. We zijn zo sterk gericht op ‘oplossen’ en genezen dat het als falen voelt als dit niet lukt. We willen mensen graag gezond en gelukkig zien en als dat niet lukt, kan dat pijnlijk en frustrerend zijn.
Daarmee raak ik meteen de tweede groep die in de knel dreigt te komen: de werkers in de zorg. Door de eenzijdigheid van het vertelde verhaal worden verwachtingen gewekt die ze waar kunnen maken. Beloften die impliciet meeklinken zoals regie, geluk en kwaliteit van leven, houden geen stand als ziekte, handicap en ouderdom in beeld komen. Als deze verwachtingen toch gewekt worden bij patiënten, bewoners, naasten en bij de zorgmedewerkers zelf, legt dit grote druk op hun schouders. Werkers in de zorg komen in de knel op het moment dat blijkt dat ze deze verwachtingen niet waar kunnen maken.
Wat we nodig hebben
Wat we nodig hebben is een realistisch zorgverhaal waarin beide kanten een plek krijgen. Autonomie én afhankelijkheid. Kracht én kwetsbaarheid. De wens om regie te voeren, maar ook de ervaring dat het leven ons soms uit handen glipt. Dit vraagt van zowel patiënten, cliënten, naasten als werkers in de zorg dat we onze eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid onder ogen zien. Dat we onder ogen zien dat we ons leven en onze gezondheid niet in de hand hebben, maar dat we voor liefde en leven, gezondheid en geluk afhankelijk zijn van Degene die ons gemaakt heeft. Alleen zo kunnen we onze eigen kwetsbaarheid onder ogen zien en de ander in zijn of haar kwetsbaarheid bijstaan.
Is de beweging van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ dan nog een goed idee? Ja, zolang zij niet het hele verhaal claimt. Zolang ‘zorgen dat’ het liefdevol ‘zorgen voor’ niet vervangt en er aandacht blijft voor ‘uithouden met’. Dat zou wel eens de kern kunnen zijn van goede zorg: niet alleen mogelijk maken wat kan, maar ook leren uithouden met wat niet kan. Samen.



