030 - 76 00 115 info@relief.nl

Op 3 juni 2026 overleed dichteres Lieke Marsman. Tobias Cinjee, adviseur bezieling bij Reliëf, schreef eerder een boekbespreking van haar boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’. Tobias ziet in de verkenningen van Marsman als rode draad niet alleen een zoektocht naar hogere werkelijkheden, maar vooral het zichzelf toestaan te geloven in dat wat niet zomaar toetsbaar is.

Lieke Marsman, Op een andere planeet kunnen ze me redden, Amsterdam: Pluim 2025, 200 pp., €24,99/ 14,99 (e-book), 9789493256989 / 9789493256996 (e-book)

Tobias Cinjee

‘Een van de dingen die ik merkte in de maanden nadat ik had gehoord dat ik niet meer beter zou worden, was dat alles wat ik wist, eigenlijk mijn hele atheïstische, zich aan de westerse wetenschap vastklampende wereldbeeld, niet meer volstond.’ (12). Zo leidt Lieke Marsman haar bundel in, bestaande uit enkele essays en dagboeknotities. Vanuit haar eigen ervaring – Marsman lijdt aan ongeneeslijke kanker – daagt ze de kaders uit waarin ze tot dan toe heeft geleefd, waarin alles werd onttoverd en gerationaliseerd volgens arbitraire maatschappelijke standaarden. In het eerste essay beschrijft ze hoe tegen die achtergrond een transformerende (Gods)ervaring zich bij haar voordeed. Latere essays gaan wat meer zweven, waarbij klassieke mythologie, persoonlijke ziektebeschrijvingen en gedachte-experimenten door elkaar heen verweven worden.

Marsman blijft dicht bij zichzelf in dit boek, waardoor het voor de lezer intiem aanvoelt. Er komt ook een aantal grote vraagstukken aan bod, zoals de vereenzelviging van godsdienst en geloof, maar ook het transactionele karakter van veel godsgeloof. Bij Marsman is de intellectuele exercitie over de godsvraag, waarbij ook Pascal en Spinoza langskomen, verbonden met scherpe persoonlijke observaties over de wetenschappelijke methode. Haar kritiek op religieuze systemen die het eigenlijke van het geloof corrumperen ligt parallel aan kritiek op artsen, farmaceuten en markautoriteiten die Marsman zo vaak iets hebben ontzegd. Bevrijd van strakke denkkaders verkent Marsman vervolgens filosofische ideeën over bewustzijn, bijna dood-ervaringen, UFO’s. Dit maakt het boek als geheel wat springerig, maar ook dat wordt geadresseerd door de auteur: bewust van alle schijnbare omzwervingen noemt ze dat ze zich juist ‘op veel plekken thuis heeft gevoeld’ (188).

Het boek confronteert wanneer het gaat over de naderende dood, sociale verwachtingen hieromtrent, en vooral de schrijnende situaties binnen het medische circuit. De rode draad in deze verkenningen is niet alleen een zoektocht naar hogere werkelijkheden, maar vooral het zichzelf toestaan te geloven in dat wat niet zomaar toetsbaar is. Dit mondt niet zozeer uit in een klassiek-christelijk Godsbeeld, maar wel in ontvankelijkheid voor het eeuwige en onbekende: ‘Mensen vragen me nu enigszins smalend: dus jij gelooft in God? Mijn antwoord luidt: hoe heb ik ooit níét kunnen geloven?’

*Deze boekbespreking verscheen eerder in het blad Kerk & Theologie, 76(4)*